
Natuurkwaliteiten
Om precies te zijn gaat het hier over de 4 natuurkwaliteiten Warm en Koud, Droog en Vocht. Samen vormen zij een kruis waarin aan alle uiteinden een natuurkwaliteit thuis hoort. Warm en Koud tegenover elkaar en Vocht en Droog staat op de andere as. Maar waar staan die termen eigenlijk voor, wat zegt dat nou?
Warm wil zeggen naar buiten gericht, warmte en snelheid. Koud is meer naar binnen gekeerd, koude en vertraging. Bij Droog denk ik aan focus, analyserend en letterlijk ook droogte. Terwijl bij Vocht woorden als verbinden, samensmelten, verbanden leggen passen. Dit is een zeer beknopte uitleg van de 4 natuurkwaliteiten. Waarom ik hier toch kort over schrijf is omdat de 4 natuurkwaliteiten een grote rol spelen bij het vormen van het persoonlijke beeld van iedere cliënt.
Om te beginnen ga ik met de cliënt op zoek naar wat zijn/haar temperament is. Een temperament bestaat uit 2 van de 4 natuurkwaliteiten. Zo is er de Cholericus: Warm en Droog, de Sanguinicus: Warm en Vocht, De Melancholicus: Koud en Droog en de Flegmaticus: Koud en Vocht. Koud zegt in termen van natuurkwaliteiten niet dat iemand koud is in contact. Warm zegt dus ook niets over een warme persoonlijkheid. Hier bestaat nog weleens verwarring over. Toch heeft ieder temperament wel degelijk zo zijn eigen voorkeuren en dat is precies de reden dat ik graag wil weten wat iemands temperament is. En nog belangrijker: hoe beweegt die persoon over de beide assen? Want het hebben van een temperament betekent niet dat je de andere 2 natuurkwaliteiten niet nodig hebt. Een gezond persoon kan alle bewegingen op de assen goed maken. Om een voorbeeld te geven: een sanguinicus (Warm en Vocht) kan extravert zijn en veel verschillende dingen leuk vinden. Dat past lekker in zijn temperament. Maar soms moet hij zich toch even kunnen focussen op één taak (Droog) en heeft hij rust nodig om te kunnen herstellen (Koud).
Als iemand zich niet vrij kan bewegen over de assen dan kunnen er klachten ontstaan. In een natuurgeneeskundig beeld wil ik helder krijgen welke klachten iemand heeft en ook hoe de klachten zich uiten bij die persoon. Hoofdpijn bij een Cholericus zal er waarschijnlijk anders uitzien dan bij een Flegmaticus en kan ook daarin per persoon nog verschillen. Het geeft mij een beeld hoe iemand gebruik maakt van de 4 natuurkwaliteiten en wat er nodig is om de balans te herstellen en meer vrijheid te brengen in het bewegen over de assen.
Bij alle behandelmethodes worden de 4 natuurkwaliteiten meegenomen. Bij een massage kan het uitvoeren ritmischer (Droog) of juist vloeiender (Vocht) worden uitgevoerd. Bij voeding kunnen er tips worden gegeven om juist meer of minder van iets te gebruiken. Bij het inzetten van kruiden wordt expliciet de beweging op de assen ingezet die nodig is voor de cliënt. Ofwel, de 4 natuurkwaliteiten zijn een soort kapstok waar natuurgeneeskunde haar samenhang vindt.
Ben je nieuwsgierig naar jouw temperament? Ook als je geen natuurgeneeskundige behandeling wilt kunnen we met het 4 natuurkwaliteitenspel op zoek gaan naar jouw temperament. Maak gerust een afspraak, je bent van harte welkom!