Calendula officinalis

Gepubliceerd op 3 september 2026 om 16:26

Het is niet verwonderlijk dat de goudsbloem als eerste kruid aan het woord komt. De praktijk heet naar dit feloranje bloemetje dat groeit aan het uiteinde van een groene steel. Wat maakt de goudsbloem nou zo bijzonder? Allereerst heb ik er een persoonlijk herinnering aan; mijn oma hield van bloemen met een hartje en toen ze op hoge leeftijd was zaaide ik goudsbloemen in haar tuin. Want goudsbloemen hebben een hartje: een lichtoranje tot bordeauxrood bloembed van buisbloemetjes met daar omheen talrijke feloranje tot gele lintbloemetjes. 

Naast deze waardevolle herinnering aan mijn oma heeft de goudsbloem me ook op het pad der kruiden en natuurgeneeskunde gebracht. Want ik wist van de geneeskracht van dit kruid, wie kent er niet de calendulazalf van welk merk dan ook. En die zalf kocht ik en gebruikte hem ook. Terwijl tegelijkertijd de goudsbloemen in mijn tuin groeiden en ik geen idee had hoe ik zelf van bloem tot zalf kon komen. Toen ontmoette ik Maartje en zij nodigde me uit om meer over kruiden te leren. Zo ook over de goudsbloem. Hier volgt haar eigen verhaal.

De goudsbloem behoort tot de familie van de composieten. Om in de term van mijn oma te spreken: het zijn bloemen met een hartje en daar omheen staan talrijke lintbloemetjes. Je zou het een samengestelde bloem kunnen noemen. De officiële naam is Calendula officinalis, waarbij officinalis aangeeft dat het kruid vroeger ook al bekend stond om haar geneeskracht. Calendula komt van het Griekse woord calta, dat mandje of schaal betekent. In andere beschrijvingen komt de vergelijking met het Latijnse woord kalendae naar voren met de uitleg dat de bloem het hele kalenderjaar bloeit als de winter maar zacht genoeg is.  

Goudsbloemen groeien, bloeien en maken zaad aan in hetzelfde jaar, ze zijn dus eenjarig. Dat zaad laten ze vallen op de plek waar ze staan en het komende jaar komen daar vanzelf weer nieuwe goudsbloemen op. Omdat de plant tot in de winter bloeit, zolang het niet vriest, kan het lijken dat de plant meerjarig is. Maar dat zijn dan weer nieuwe zaailingen die zijn opgekomen.

Goudsbloemen hebben naast hun kenmerkende feloranje bloemen ook een herkenbare geur van hars. Het ruikt als het ware schoon en volgens de signatuurleer zou je daar de antiseptische werking van de plant uit kunnen halen. De hars is ook voelbaar als je de bloemen plukt, je krijgt er plakhanden van. Ik vergeet het soms als ik verschillende kruiden na elkaar wil plukken en als eerste met de goudsbloem begin; dan plakken de andere kruiden als vanzelf aan mijn vingers. 

In verschillende kruidenboeken wordt Calendula officinalis geroemd om haar krachtige eigenschappen. Ze is vooral bekend om de wondhelende werking van de huid en kan ook worden gebruikt als wonden maar slecht willen genezen. Ook bij een door de zon verbrande huid geeft dit kruid verlichting, zeker als het wordt gecombineerd met de verkoelende werking van lavendel. Vanwege de opgeslagen zonnewarmte wordt Calendula ook ingezet om de weerstand te verhogen bij een infectie zoals verkoudheid of griep. Het kruid zet de lymfestroom aan en voert afvalstoffen af via het lymfesysteem. Verder werkt het kruid op de spijvertering. Want zoals de werking op de huid is, is ook de werking op het slijmvlies van de darmen: herstellend. 

Als er een ding heel duidelijk is: goudsbloemen houden van zon! Het zijn net barometers: op een bewolkte of regenachtige dag blijven de bloemen gesloten. Maar als de zon schijnt openen de vele armpjes, in de vorm van lintbloemen, zich volledig om het hart van de plant te laten verwarmen. De zonnewarmte wordt opgeslagen in de bloemen en daar zit dus ook de geneeskracht van Calendula officinalis.

Op een zonnige dag. liefst in de ochtend net na de dauw, is het een goede tijd om de goudsbloemen te oogsten. Eigenlijk pluk je alleen maar de bloemhoofdjes en laat je de rest van de plant met rust. Want de bloem groeit aan het uiteinde van de steel, maar dat wil  niet zeggen dat een plant maar één bloem maakt; hij maakt namelijk meerdere stengels aan die op hun beurt weer vertakken en aan ieder uiteinde kan een bloemknop komen. Je hoeft dus niet bang te zijn dat er geen bloemen overblijven die tot zaad kunnen uitgroeien als je bloemen oogst. Vervolgens trek je voorzichtig de lintbloemen los van de bloembodem; de bloembodems gaan bij mij weer op de composthoop en de lintbloemen leg ik te drogen op insectengaas of keukenpapier. Gedroogd gaan ze in een luchtdichte pot totdat ik ze ga gebruiken in een thee, kruidenboter of geneeskrachtige olie. 

En hoe ik nu van de bloem tot een krachtige en mooie oranje goudsbloemolie kom? Daar vertel ik in een latere blog meer over.